Home » Late Middeleeuwen » kledingdracht

Kledingdracht in de late middeleeuwen

Jan van Eyck leefde in de late middeleeuwen. Dit zie je ook terug in zijn schilderijen.
In veel van zijn schilderijen dragen de vrouwen een prachtige lange jurk en de mannen een mantel, gemaakt van de duurste stof. Zo zagen de rijkere ook werkelijk uit in de late middeleeuwen.

In de middeleeuwen was kleding zeer belangrijk. De adel kon zich op die manier onderscheiden van de gewone burgers. Bedelaars, boeren, ambachtslieden en winkeliers droegen eerder eenvoudige kledij, meestal zelfs tweedehands. Ook maakte ze vaak zelf hun kledij. Dat deden ze doormiddel van spinnen en weven van de stof. Mannen droegen een kort hemd en een korte braies. De braies, was de voorloper van de broek. Het bestond uit een tussen de benen geslagen lap stof, die met een gordel omhoog wordt gehouden. Later werd dit vervangen door een tuniek tot boven hun knieën, zodat ze nog gemakkelijk op hun paard konden zitten. Onder die tuniek droegen ze meestal een maillot of gewoon kousen, die ze vast maakten aan de onderbroek. Over het hoofd en de schouders droegen ze een soort capuchon, die bescherming bood tegen de wind en de regen. Het was dus belangrijk dat de kledij praktisch was, niet dat het er goed uitzag. Vrouwen droegen een langere tuniek dan mannen. Ook droegen ze een pelsjas gemaakt van dierenvellen of konijnenbont. Ze droegen deze harige zijde langs de binnenkant. Als je als voorbeeld naar het schilderij “Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw” kijkt, denk je vast dat zijn vrouw zwanger is. Dit is niet het geval! Een bolle buik was gewoon in de mode, het was een schoonheidsideaal. Vandaag de dag is dat moeilijk in te beelden. Wij willen allemaal een plat buikje hebben. Vroeger was dit dus niet zo. Elke vrouw wou een bolle buik.
Hoe later in de middeleeuwen, hoe meer de kledij van de burgers, gelijkt op die van de adel. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de  stoffen die werden gebruikt voor de kledij van de burgers. Dit waren wol, linnen, katoen en tafzijde, net zoals bij de adel.
De adel deed zijn best zich te onderscheiden van de gewone burgers. Ze droegen kledij gemaakt van de mooiste en duurste stoffen zoals zijde en fluweel, vaak ook versierd met edelstenen. Zowel de mannen als de vrouwen droegen mantels of capes. De vrouwen droegen altijd jurken tot over de enkels, met ook zeer brede en lange mouwen.
De jurken bestonden uit verschillende lagen. De adellijke droegen ook een pelsjas die aan de binnenkant gevoerd was met kattenbond. De arme droegen ook een pelsjas maar dan gevoerd met dierenvellen of konijnenbond. Accessoires waren zeer belangrijke elementen bij de kledij van mannen, bijvoorbeeld een wapenuitrusting of een mantel. Bij de vrouwen waren accessoires natuurlijk nóg belangrijker! Met die accessoires konden ze laten zien hoe rijk ze waren.

Deze kledingdracht zie je zeer goed terug in de schilderijen van Jan van Eyck.
Op de schilderijen van Jan van Eyck tref je vaak welgestelde figuren aan.
Vaak zie je Maria afgebeeld met het Jezuskind. Ook tref je hertogen, ridders, geestelijken,…. aan. Dit komt doordat Van Eyck onder meer werkte  in opdracht van de Bourgondische hertogen en dus in hoofse kringen vertoefde. Toch zie je op sommige details van Van Eycks schilderijen ook minder welgestelde figuren. Een heel goed voorbeeld van zo een schilderij is het Lam Gods , het beste schilderij om de kleding van de minder gestelde figuren te vergelijken met de kleding van de welgestelde figuren. Nog een zeer goed schilderij om deze vergelijking te kunnen maken is Madonna met kanselier Rolin, ook een schilderij van Jan van Eyck. Hier zie je zowel de welgestelde als de minder welgestelde. Je ziet Maria en de kanselier Nicolas Rolin. Maria in haar lang, rood gewaad, versierd met edelstenen en de kanselier ook gekleed in een lang gewaad, met bont afgezet. Maar als je goed kijkt zie je centraal twee “sobere” figuren. Ondanks dat deze figuren niet erg duidelijk zijn, kun je goed zien dat het minder welgestelde figuren zijn. Dit zie je duidelijk aan de kledij. Ze dragen geen lange gewaden of mantels, maar eerder tunieken met daaronder een maillot. De kleuren van hun kleren zijn sober, en ze zijn niet versierd.

Als we naar het Lam Gods, gesloten, gaan kijken zie je onderaan, uiterst links Joos Vijd (1), de opdrachtgever van van Eyck voor het Lam Gods. Met uiterst rechts zijn vrouw, Elisabeth Borluut (2).  Dit zijn welgestelde figuren. Als je goed naar hun kleding kijkt, zie je dat ze beide zowel  Joos Vijd als zijn vrouw, Elisabeth Borluut, een lang gewaad dragen die heel los zit. Je ziet bij Elisabeth weer die erg wijde mouwen terug.  Joos Vijd zijn gewaad zit strakker bij zijn heupen, door middel van een riem.
Als je verder gaat kijken naar de afgebeelde figuren, zie je wanneer het schilderij geopend is,  acht engelen (3). Het lijken misschien geen engelen, doordat ze geen vleugels dragen, maar toch worden deze personen aangeduid als engelen.  Je ziet weer die lange gewaden.  Deze engelen dragen groene gewaden met daarover een lange mantel die vanboven is vastgespeld. Ook zie je dat ze een soort haarband dragen die is versierd met bijvoorbeeld het Christelijk kruis. Accessoires kwamen vaak terug in deze tijd. Door die accessoires en versiering,zoals de vele edelstenen, zie je duidelijk het onderscheid tussen welgestelde figuren en minder welgestelde figuren. Om dit duidelijk te maken gaan we eens kijken naar minder welgestelde figuren.  Onderaan rechts zie je pelgrims (4) op bedevaart, op weg naar de aanbidding van het lam. Ook zij hebben lange kleden aan, alleen hun kleden zijn zeer dof en zijn niet versierd in tegenstelling tot bijvoorbeeld Maria (5), Christus (6) en Johannes de Doper (7), die bovenaan in het midden staan afgebeeld.  Zij hebben ook lange gewaden aan, maar deze zijn zeer kleurrijk. Maria draagt een donkerblauw gewaad met daarover een mantel, in diezelfde kleur. Christus draagt een rood gewaad met daarover een rode mantel en Johannes een donker groen gewaad met daarover een mantel in de kleur, licht groen. Ook zijn deze gewaden en mantels versierd met edelstenen. 
Je ziet dus zeer goed het contrast tussen de welgestelde en de minder welgestelden in dit schilderij, geschilderd door Jan van Eyck.

Door Luca Moonen