Home » Late Middeleeuwen

Eetgewoonten in de late Middeleeuwen

In dit verslag wordt er antwoord geven op drie belangrijke vragen. Ten eerste, hoe het eten werd bereid in de late middeleeuwen. Vervolgens, welk eetpatroon hadden de mensen en als laatste, was er verschil in de voedingsgewoonten van de armen en de rijken. In de conclusie wordt er antwoord gegeven op de vraag : in hoeverre verschilt het eetpatroon en bereidingswijze van eten in de middeleeuwen met die van nu?


Hoe werd het eten bereid?
We zien dat er in de keuken van de late middeleeuwen opvallend veel gestampt en gezeefd werd. Maar de boeren bereidden hun eten anders dan de adel. Een zeer opvallend onderscheid is dat de boeren met hout stookten en de adel met steenkool. Ook hadden de rijken hadden een groot bezit aan allerlei soorten potten en pannen die hun koks voor hen gebruikten. De armen daarentegen kookten in een eenpansgerecht.
De keuken was niet compleet zonder een groot vuur in de schoorsteenmantel waarboven een verstelbare haak hing met een grote metalen kookpot of ketel. Dit was een ronde pan van metaal of aardewerk. Men kookte voornamelijk een hutspot van allemaal verschillende ingrediënten en die diende men dan op als eenpansgerecht, dit komt door dat er nog geen aparte keuken bestond. Er was enkel een vuurplaats met daarboven een pot.


Welk eetpatroon heerste er in die tijd?

Bij ons is het zo dat wij drie maaltijden per dag eten, maar vroeger at men maar 2 maaltijden per dag. Deze twee maaltijden waren ook warme maaltijden. Er was dus niet echt een ontbijt, middageten, avondeten en om nog te spreken van tussendoortjes… Men at veel brood en vlees want die waren goedkoop en vulden goed. Groente en fruit waren duur. Men hield zich zoals gezegd nog steeds aan de voorschriften en at in de vastentijd voor Pasen geen vlees en zuivel. De mensen aten dus 40 dagen lang vis en brood. Ook werden van vlees en vis alle onderdelen gebruikt.

Was er een onderscheid in de keuken van de armen en de rijken?
Ja. We zien dat er duidelijk onderscheid was in de keuken van de armen en die van de rijken. Zoals we dat vandaag de dag ook nog kennen. De armen kopen bijvoorbeeld minder vers voedsel en geven het meer uit aan goedkoop fastfood. Zo was er ook in de middeleeuwen sprake van een onderscheid. Een zeer opvallend onderscheid is dat de armen met hout stookten en de rijken met steenkool. Vervolgens zien we ook het aantal middelen waarover ze beschikten, de rijken hadden een groot bezit aan allerlei soorten potten en pannen die hun koks voor hen gebruikten. De armen daarentegen kookten in een eenpansgerecht. Als we dan kijken naar de voedingsgewoonten zien we dat die van de boeren heel simpel was, aangepast aan de eentonigheid van de seizoenen. In de winter had je wintergranen en in de zomer had je zomer granen. Hier gaat het vooral om het onderscheid tussen de adel en de boeren. Nu is er bij ons geen adel meer, in principe kan iedereen nog wel voedsel kopen maar ligt het verschil enkel in de luxieusheid van de producten.


Conclusie?
Het eetpatroon van de middeleeuwse mensen verschilt wezenlijk met ons eetpatroon van nu. Het eerste verschil ligt in het eetpatroon. Vroeger at men twee keer per dag, een keer rond de middag en een keer rond de avond. Tegenwoordig eten we drie keer per dag. Het tweede verschil ligt in het belangrijkste etenswaar, dat vroeger brood was. Tegenwoordig eten wij veel gevarieerder.  Nu eten we ook nog brood, maar dit eten we vaak ’s ochtends en tussen de middag. En we eten ook volkoren- of tarwebrood. Een derde verschil tussen vroeger en nu is dat er geen adel meer is. Er is tegenwoordig nog wel een verschil tussen arme en rijke mensen, maar in principe kan iedereen eten kopen. Rijke mensen kunnen bijvoorbeeld meer luxe producten kopen. Maar dit is niet ontoegankelijk voor de gewone mens, want zij kunnen diezelfde producten ook kopen maar van een goedkoper merk. Een vierde verschil ligt in het bewaren van voedingsmiddelen, vroeger deed men het voedsel inzouten nu doen we het in de diepvries of koelkast. Een ander belangrijk verschil met vroeger en nu is water. Iedereen drinkt tegenwoordig water, het is er in overvloed en het komt zo uit de kraan. Vroeger kon men geen water drinken omdat dit zo vervuild was dat het gewoonweg niet drinkbaar was. Men dronk toen bier of wijn omdat dit niet verontreinigd was. Nadat men had uitgevonden hoe je water kunt reinigen en ze erachter kwamen dat het niet schadelijk was voor je lichaam, heeft water de taak van het bier overgenomen. Een zesde verschil is dat de vasten dagen tegenwoordig sterk verschild zijn. Er zijn in Nederland nog wel katholieke die een maal per jaar vasten net zoals moslims die elk jaar tijdens de ramadan vasten. Maar op woensdag en vrijdag eet iedereen gewoon vlees als zij dit willen. Ook bij de feestdagen is er veel veranderd, het is hier in Nederland gebruikelijk om met kerst veel te eten met familie. Eten heeft bij ons dus een hele andere functie gekregen op feestdagen. Het brengt mensen bij elkaar maar het dient niet meer om rijkdom te vertonen of om een periode van vasten af te sluiten.

 

 

Door Esther Leurs